dinsdag 15 december 2015

De Donkere Kamer van Damokles

Samenvatting
Henri Osewoudt verlaat zijn geboortedorp om bij zijn oom en tante te gaan wonen omdat zijn moeder zijn vader heeft vermoord. Hij groeit op in Amsterdam, heeft een relatie met zijn nicht en doet aan judo. Als hij achttien is geeft hij aan geen interesse te hebben in studie, hij trouwt met zijn nicht, Ria Nauta, en verhuist terug naar Voorschoten waar hij de sigarenzaak van zijn vader heropent. Zijn moeder komt bij Henri en Ria inwonen. De oorlog begint. Osewoudt wordt afgekeurd en hoeft dus niet het leger in, maar helpt wel bij de burgerwacht van Voorschoten.
Op een dag komt Dorbeck met wat andere soldaten de winkel binnen, Dorbeck laat een fotorolletje bij Osewoudt achter om te laten ontwikkelen. Als Dorbeck twee dagen later terugkomt zijn de foto’s nog niet klaar, maar heeft Nederland al gecapituleerd en wil Dorbeck dat Osewoudt hem een pak leent en zijn uniform en pistool begraaft. Osewoudt doet dit alles. Als Osewoudt de foto’s wil ontwikkelen mislukt dit, maar omdat hij zoiets niet aan Dorbeck wil vertellen koopt hij een Leica en maakt zelf foto’s van militaire objecten.
Hierna krijgt Osewoudt opnieuw een opdracht van Dorbeck. Hij moet naar Haarlem gaan en krijgt daar een pistool in zijn hand gedrukt waarmee hij samen met Dorbeck en Zewuster een moord pleegt. Osewoudt is bang dat de zoon van de drogist, die een NSB'er is, hen gezien heeft.
Osewoudt hoort een tijd lang niets van Dorbeck, maar ontvangt dan een brief of hij de foto's van het allereerste rolletje naar een bepaalde postbus wil sturen. Osewoudt wil een ontmoeting met Dorbeck en gaat dus naar de postbus toe om te zien wie de post ophaalt, het wordt opgehaald door een heilsoldate.
Vrij snel daarna wordt hij opgebeld door Elly Meier, zij zegt uit Engeland te komen en dringend op zoek te zijn naar een schuilplaats. Hij brengt haar naar zijn oom in Amsterdam. Hij hoort via via dat zijn moeder en Ria zijn opgepakt en kan nu zelf ook niet langer naar huis toe. Bij de Joodse studente Marianne, met wie hij een relatie begint, laat hij zijn haar zwart verven. Hij lijkt nu precies op Dorbeck.
Opnieuw volgt er een opdracht van Dorbeck. Dit keer gaat het om een hoge man van de Gestapo die uit de weggeruimd moet worden. Osewoudt werkt bij deze opdracht samen met een andere vrouw wanneer zij beiden terugreizen met de trein wordt de vrouw opgepakt. Osewoudt niet. Maar wanneer hij diezelfde avond met Marianne in de bioscoop zit ziet hij zijn eigen foto op het scherm verschijnen met als aankondiging dat hij opgepakt moet worden. Hij vlucht wel maar het duurt niet lang of hij wordt opgepakt. Hij wordt gemarteld en belandt in het ziekenhuis, maar wordt daaruit bevrijd. Hij duikt onder bij Labare waar hij in een volledig verduisterde kelder foto's ontwikkeld. Maar ook hier is hij niet veilig want wanneer de Duitsers het pand van Labare overvallen wordt Osewoudt toch opgepakt.
Tijdens deze tweede gevangenschap wordt Osewoudt beter behandeld, wat hij vooral te danken heeft aan de hooggeplaatste Ebernuss die een zwak voor Osewoudt lijkt te hebben. Ebernuss probeert zijn vertrouwen te winnen door Marianne, die Osewoudts kind draagt, vrij te laten. Toch twijfelt Ebernuss aan de verhalen die Osewoudt over Dorbeck vertelt en wil daarom Dorbeck ontmoeten. Samen met Osewoudt gaat hij naar een halfgeheim café waar inderdaad ook Dorbeck aanwezig is. Die laatste geeft hem kristallen om de wijn van Ebernuss mee te vergiftigen en wanneer dat gebeurd is, vluchten Osewoudt en Dorbeck in de auto van Ebernuss. Dorbeck vertelt Osewoudt dat Ria nu samenwoont met de zoon van de apotheker en dat Marianne aan het bevallen is. Osewoudt krijgt een verpleegstersuniform waardoor hij door zijn kleine gestalte en baardloze gezicht onherkenbaar is. Als Osewoudt bij de kraamkliniek aankomt en naar Marianne informeert, krijgt hij het levenloze lichaampje van hun kind te zien. Hij is erg van slag en een Duitse soldaat die wel wat vriendelijks wil doen voor de mooie vrouw waar hij Osewoudt voor aanziet neemt hem mee in zijn auto en brengt hem naar Voorschoten. Daar doodt Osewoudt Ria en nadat ze nog wat verder gereden zijn doodt hij ook de Duitser. Met behulp van een arts komt hij uiteindelijk in Breda, dat al bevrijd is. Daar meldt hij zich direct maar tot zijn grote verbazing, wordt hij gearresteerd. Hij wordt zelfs naar Groot-Brittannië gebracht en het lukt hem niet om te bewijzen dat hij geen verrader is. Dorbeck is de enige die hem vrij zou kunnen pleiten, maar die is onvindbaar. Osewoudt lijkt zijn verstand te verliezen en wanneer hij wegrent wordt hij neergeschoten. Hij overlijdt aan zijn verwondingen.

Bint

Samenvatting

De Bree is een leraar Nederlands, die vanaf november les gaat geven op de school van Bint. Hij werkt thuis aan een studie over Anna Maria van Schuurman, en gaat naar de school voor afleiding en om meer met de werkelijkheid in contact te komen.
De favoriete klas van Bint, 4D, had namelijk de vorige leraar Nederlands, Van Fleer, weggepest. Er heerst een streng regime of de school van Bint, orde en tucht zijn belangrijk. 
De Bree krijgt vier klassen die hij ziet als wezens. Hij noemt ze “de grauwe”, “de bruine”, “de bloemenklas” en “de hel”. 
Aan klas 4D, “de hel” verklaart De Bree direct de oorlog, om zo problemen te voorkomen. Met andere klassen heeft hij die niet. Zijn tactiek werkt inderdaad, want met de korte bevelen die hij geeft werkt de klas het beste. Tegen de kerstvakantie kwam de klas via woordvoerder Steijd vragen of hij vrede wilde, maar zijn antwoord was nee. 
Als de rapportvergadering plaatsvindt hebben de leraren het over Van Beek. De jongen verdient een onvoldoende, omdat hij niet genoeg presteert, maar hij had gedreigd dat als hij een slecht cijfer zou halen, hij zichzelf van kant zou maken. De leraren zijn niet onder de indruk en geven hem het slechte cijfer, waardoor Van Beek radeloos in de gracht springt en in een gasthuis aan pneumonie overlijdt. Bint voorspelt de leraren na de vakantie moeilijkheden omtrent Van Beek. 
Na de kerstvakantie breekt er inderdaad een opstand uit onder de leerlingen, aangezet door Jérôme Fléau en m.b.v. de conciërge. De opzet wordt neergeslagen door “de hel”. Dit had Bint namelijk met “de hel” afgesproken. De conciërge wordt ontslagen, Fléau van school verwijderd en “de hel” wordt beloond. 
Tijdens het jaarlijkse reisje dat met Pasen gemaakt wordt, is “de hel” verdeeld over Remigius en Nox. Het toeval zorgt er echter voor dat Remigius vervroegd vader wordt en dat De Bree mee gaat met een helft van “de hel”. Ze gaan via Bergen op zoom naar België en dan door naar Noord-Frankrijk. Tijdens de reis wordt Te Wigchel ziek, hij hoest de longen a.h.w. uit zijn lijf, en twee leerlingen Heiligenleven en Punselie verdwijnen een dag spoorloos. Ze hebben de originele route gefietst, die gepland stond, maar waar vanwege de hoest van Te Wigchel van afgeweken was. 
Er waren examens op school voor de 5e klassen. Tijdens de examenuitreiking wankelt Bint even (De Bree zag het opeens. Bint stond doodstil, hij schommelde even naar voren, naar achteren. Hij was een blad, overgevoelig voor de zwakke luchtstroom, die de mens ontgaat. Een stalen wil, maar geen stalen lijf. Pag. 66). 
De Bree weigert in eerste instantie een herbenoeming, omdat het de bedoeling was geweest om slechts dit schooljaar vol te maken. Later denkt hij nog eens terug over het afgelopen jaar en bedenkt zich dan. Hij stuurt een briefje naar Bint waarin hij meldt nog een jaar op zijn school vol te maken. Bij het begin van het nieuwe jaar is Bint verdwenen en staat Donkers op zijn plaats als directeur. Bints’ vertrek had te maken met de dood van Van Beek. Of de spanningen hem te veel zijn geworden, of de druk van een of andere arbeidsinspectie wordt niet geheel duidelijk. 
“De hel”, de voormalige 4D is nu 5C geworden. Door te zien wat voor een volwassen kerels (met uitzondering van Schattenkeinder, een lomp maar volwassen meisje) het waren geworden, doet De Bree zo goed dat hij met Bints’ systeem wil blijven werken. 
De Bree probeert tot twee maal toe Bint te spreken te krijgen, maar slaagt hier niet in. Dan wordt hem duidelijk dat Bint wil dat de school door moet gaan zoals het voorgaande jaren ging met zijn ziel in de school, en De Bree gaat met nog meer wilskracht dan anders al vroeg op weg naar school. 

Klucht van de Molenaar

Samenvatting

Trijn Jans, een vrouw uit te stad, zoekt een slaapplaats omdat de stadspoort gesloten is. Ze wil echter niet in een vieze herberg vol gespuis slapen dus ze besluit bij een huis aan te bellen. De molenaar Piet doet open en samen met zijn vrouw Aeltje besluit hij dat Trijntje mag overnachten. Als Aeltje dan even weggaat voor wat huishoudelijke klusjes maakt Piet een afspraakje met Trijntje om die avond, als zijn vrouw Aeltje al op bed ligt, een potje te gaan rollebollen bij de molen. Als Piet die avond naar de molen vertrekt besluit Trijntje alles aan Aeltje te vertellen. Hierop besluiten ze de kleding van elkaar aan te trekken. Zo gaat dus Trijntje in de kleding van Aeltje op bed liggen en Aeltje in de kleding van Trijntje naar de molen. Piet gaat bij de molen naar bed met zijn eigen vrouw terwijl hij dat niet door heeft. Als hij klaar is komt hij de knecht Joost tegen en vertelt zijn verhaal over de stoeipartij. Daardoor wordt Joost zo lekker gemaakt dat hij het niet meer kan houden. Piet geeft hem daarom toestemming om ook te gaan rollebollen met Trijntje (= Aeltje) Dan klinkt er van binnen allemaal geschreeuw van Aeltje over hoe erg haar man wel niet is. Piet stuurt Joost onmiddellijk weg en heeft zijn lesje geleerd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.’

donderdag 4 juni 2015

Keuzeopdracht: Het leven uit een dag

Opdracht I

1. A. A.F.Th. van der Heijden, Het leven uit een dag
    B. Amsterdam, 1988, 3e druk
    C. 232 pagina's
2. Genre: fantasie roman
3.

Samenvatting

Benny Wult groeit op in een wereld waarin ieder mensenleven slechts een enkele dag duurt en alles slechts een keer gebeurt. Het leven speelt zich letterlijk geheel in deze enkele dag af. Geslachtsgemeenschap kan maar een enkele keer geschieden waarna de geslachtsorganen nutteloos worden. Hetzelfde geldt voor dronkenschap: wie zich een tweede keer bedrinkt sterft. Een vrouw kan eveneens slechts 1 keer zwanger worden. Kleren worden slechts 1 keer gedragen en kinderen groeien letterlijk uit hun kleren. Slechts eten herhaalt zich, maar ieder persoon eet zijn hele leven slechts drie keer en iedere maaltijd is uiteraard weer anders (de eerste maaltijd bestaat bovendien uit borstvoeding).

Benny krijgt als baby de borst, groeit op tot peuter, en moet dan meteen naar school. Het grootste deel van de ochtend wordt aan school besteed: in enkele uren wordt de lagere en de middelbare school erdoorheen gejast waarna de tot jongelingen opgegroeide kinderen meteen hun diploma krijgen en aan de slag kunnen. Benny gaat bij de luchtmacht werken en ontmoet in een bar Gini, op wie hij verliefd wordt. Seks vinden ze zo geweldig dat ze het wel vaker willen doen, maar dat kan niet in deze wereld. Gini is immers meteen zwanger geworden en hun lichamen zijn al begonnen af te takelen.

De enige plaats waar herhaling mogelijk is, is de hel, en daarom hopen Benny en Gini naar de hel gestuurd te kunnen worden. Dit doen ze door een oude blinde man te vermoorden en zich te laten oppakken om zo de doodstraf te krijgen. Omdat ze iets slechts hebben gedaan hopen ze na hun dood naar de hel gestuurd te worden, waar ze zo vaak ze maar willen de liefde kunnen bedrijven. De rechtszitting vindt plaats terwijl Gini hoogzwanger is en moet dan ook worden onderbroken omdat ze moet bevallen. Tijdens deze zitting presenteren Benny en Gini zich zo onsympathiek mogelijk om de doodstraf te kunnen krijgen. Ze beschrijven de moord tot in detail en worden inderdaad beiden veroordeeld tot de elektrische stoel.

Na de executie ontwaakt Benny in de hel. Hier leven de mensen langer dan een dag, verouderen nauwelijks merkbaar, eten drie keer per dag en kunnen zo vaak seks hebben of dronken worden als ze willen. Kortom, het is vrijwel de wereld die wij kennen. Benny blijkt echter alleen te zijn: Gini is nergens te vinden. De oude man is er wel. Hij raadt Benny aan werk te vinden en introduceert hem in de wereld van de prostitutie.

Het leven in de hel begint langzamerhand voor hem een sleur en een verveling te worden: Gini is spoorloos en de voortdurende seks begint hem tegen te staan. Wanhopig wil Benny zelfmoord plegen, gaat uiteindelijk bij de oude man te rade. Het blijkt dan dat Gini toch in de hemel is gekomen, omdat Benny degene was die met het plan was gekomen de oude man te vermoorden en Gini had omgepraat. Ook blijkt dat de oude man zich expres heeft laten vermoorden om zo de twee uit elkaar te drijven. Benny's eigen ongeduld en onvrede met wat hij had heeft hem ertoe gebracht een goed en afwisselend leven op te geven voor deze hel van eindeloze herhaling.

Opdracht II

Eeuwigheidswaarde?
Waarom zou men dit boek over 50 of 100 jaar nog moeten lezen volgens jou? Bevat het boek 'tijdloze' elementen in opvattingen, situaties en problemen die actueel zullen blijven? Schrijf een betogend artikel over deze kwestie. Jouw mening is daarbij dus erg belangrijk. Voor de duidelijkheid geef je natuurlijk enige voorbeelden uit het boek dat je bespreekt. 

Het leven uit een dag, tijdloos of niet? 

Het leven uit een dag van A. F. Th. van der Heijden is een heel intrigerend boek. Het gaat over Benny Wulf die opgroeit in een wereld waar een mensenleven maar één dag duurt. Hierdoor is er geen tijd om iets meerdere keren te doen. Benny ziet dus maar één keer de zon opkomen, gaat één keer naar school en één keer een opleiding. Dan ontmoet hij Gini Trades en ze worden verliefd op elkaar. Ze gaan met elkaar naar bed en ze komen erachter dat ze dit niet maar één keer willen doen. Ze concluderen dat de enige manier om deze daad te herhalen, ze allebei naar de hel moeten gaan. 

Dit verhaal laat je nadenken over een aantal vragen die ook nu nog spelen, zoals: Leven wij in een hel? Verdwijnt liefde altijd als er sprake is van herhaling? Moet je je lot accepteren of heeft het zin om tegen je bestemming in te gaan? Horen seks en liefde bij elkaar of kun je dit los van elkaar zien? Waarom verlangen mensen naar herhaling? 

Dit soort vragen spelen al sinds de beschaafde mensheid bestaat en daarom geloof ik dat dit boek absoluut eeuwigheidswaarde heeft. 


vrijdag 15 mei 2015

Leesopdracht 2b, Verlichting. Reize door het Aapeland

Een reis door het Apenland


Een reis door het Apenland. Dit boek van J.A. Schasz is een erg interessant boek. Het gaat over een man die, nadat hij zijn vrouw, dienstmeid, paard en hond per ongeluk had laten verdrinken omdat hij niet kon kiezen wie hij moest redden, op de vlucht slaat voor zijn boze dorpelingen. Hij arriveert vervolgens in het Apenland. Een land waar apen wonen en leven volgens een bepaalde hiërarchie.
Daar wordt hij gezien als aap 'nummer 7854' die is verdwenen en teruggekeerd als mens. Het levensdoel van de apen is om menselijk te worden, en na veel lange vergaderingen besluit de meerderheid van de apen dat dit doel alleen verwezenlijkt kan worden als alle apen hun staart laten afhakken. De apinnen denken eerst dat de staart als metafoor gebruikt wordt voor het mannelijk lid, en zijn daarom fel tegen de algemene afhakking. Wanneer dit echter door de voorstanders wordt rechtgezet, en het afhakken door de apinnen zelfs gezien wordt als een goede manier om plaats te maken voor een tweede 'zinnebeeldige' staart, is het hek van de dam en wordt besloten tot massale amputatie. Een bloedbad volgt en de meeste apen vinden jammerlijk de dood.

Door gebruik te maken van dit land drijft Schasz de spot met verschillende aspecten uit de toen huidige maatschappij. Het boek is gepubliceerd tijdens de Verlichting. Nu is de vraag: Is 'Een reis door het Apenland' door J.A. Schasz representatief voor de Verlichtingsliteratuur?

Het is natuurlijk lastig om te bepalen of een boek bij een bepaalde periode hoort of niet. Hoeft het boek alleen in de periode te zijn geschreven of moet het boek aan bepaalde eisen voldoen? Om het duidelijk te houden zal ik dit bepalen aan de hand van de kenmerken. Bevat 'Een reis door het Apenland' voldoende kenmerken van de Verlichting om representatief te zijn voor deze periode?


Om te beginnen was het voor deze periode gebruikelijk om imaginaire reisverhalen te schrijven. Dit boek is daar een uitstekend voorbeeld van.  

woensdag 15 april 2015

Leesopdracht 3b, Romantiek. Max Havelaar

Max Havelaar, door Multatuli. Elke Nederlander heeft wel van dit boek gehoord en door velen is het dan ook gelezen. In het boek worden de misstanden in Nederlands-Indië besproken en zo aan een wijder publiek bekend gemaakt. In 1860, tijdens de romantiek is het boek uitgebracht. Nu wil ik mij buigen over de vraag: Is Max Havelaar typisch een boek uit de romantiek, of bevat het nauwelijks kenmerken van deze periode?


Het is natuurlijk lastig om te bepalen wanneer een boek bij een bepaalde periode hoort. Hoeft het boek alleen in de periode te zijn geschreven? Of moet het boek aan bepaalde eisen voldoen. Om het duidelijk te houden zal ik dit bepalen aan de hand van de kenmerken. Bevat 'Max Havelaar' voldoende kenmerken van de romantiek om als typisch romantisch boek te worden gezien?

Op de site www.literatuurgeschiedenis.nl staat het volgende over literatuur uit de romantiek:

Romantiek kan begrepen worden door op vier punten te letten. In de eerste plaats moet kunst origineel zijn, in vorm en inhoud. In de tweede plaats is er in de Romantiek veel aandacht voor de onverklaarbaarheden van het leven. In de derde plaats staat geschiedenis niet los van het leven, maar hoort die erbij. In de vierde plaats is de tegenstelling het voornaamste middel in de kunst.

Dit eerste punt geeft precies weer wat 'Max Havelaar' nu juist is: origineel in vorm en inhoud. Er vindt zeer veel afwisseling plaats in het boek. Verschillende vertellers komen aan bod, lange teksten worden afgewisseld met korte liederen en er kan plots weer een uitweiding van zeven pagina's zijn over wat er in het pakpapier van Sjaalman staat. Verschillende kunstvormen worden gemengd.

Het tweede kenmerk is lastiger te plaatsen bij Multatuli's werk. Spoken, hekserij en andere mysterieuze verschijningen spelen totaal geen rol in zijn werk. Maar er zijn ook andere soort onverklaarbaarheden in het leven. In het boek ligt de nadruk erg op filosofische verhandelingen en wordt gezocht naar verklaringen voor allerlei zaken. Deze zaken zijn dan wel te verklaren, maar toch heeft Multatuli een grote fascinatie om ze te begrijpen.

Het derde punt, dat de geschiedenis bij het leven hoort, speelt zeker een rol in Mutatuli's werk. In de verhalen die in het boek worden verteld, is de geschiedenis met haar tradities van groot belang. Ook de voorgeschiedenis van Havelaar op Sumatra is belangrijk voor het verhaal.

Tot slot is derde begrip dat van toepassing is op de romantiek is het gebruik van tegenstellingen, oftewel contrastwerking. Tegenstellingen moeten een grote rol spelen in een romantisch verhaal. Personages zoals de gierige, fantasieloze, zelfingenomen Droogstoppel staan lijnrecht tegenover Max Havelaar. Hij is juist een zeer vrijgevige, onbaatzuchtige en behulpzame man. Ook veel andere tegenstellingen spelen een rol. Plaatsen, zoals het welvarende Nederland waar Droogstoppel woont, en het arme Nederlands-Indië, waar de rest van het verhaal zich afspeelt, lopen bijvoorbeeld sterk uiteen.

Aan de hand van deze kenmerken van Max Havelaar en de literatuur uit de romantiek kom ik tot de volgende conclusie: “Max Havelaar van Multatuli is een roman die kenmerkend is voor de romantiek.” Door verschillende begrippen die belangrijk zijn bij deze stroming te toetsen op het verhaal, is dat duidelijk te zien. Daarnaast is het natuurlijk overduidelijk hoe groot de rol is die het gevoel speelt in Max Havelaar. En dat is misschien nog wel het grootste kenmerk van een romantisch verhaal.  

vrijdag 6 februari 2015

Keuzeopdracht: Het Leven is Vurrukkulluk

Opdracht I

  1. A. Remco Campert, Het Leven is Vurrukkulluk
    B. Amsterdam 2007, 28e druk (eerste druk: 1961)
    C. 153 pagina's
  2. Genre: Psychologisch Verhaal / Humor
Samenvatting

Het verhaal begint op een zondagmorgen in het park. Mees en Boelie hebben daar een vijftienjarig meisje, Panda, ontmoet. Ze lopen een beetje rond, kijken naar de eendjes en ze kopen een ijsje. Dan gaan ze naar een uitspanning om een drankje te pakken. Panda gaat dan naar de dame Rosa Overbeek, die daar toezicht houdt. Terwijl Mees en Boelie een drankje nuttigen komt er een oude grijsaard bij hen zitten. Zij praten wat, vooral over de jeugd van deze dagen. Als Panda zich dan weer bij hen voegt, besluiten ze naar het huis van Mees en Boelie aan de rand van het park te gaan. De grijsaard volgt hen en de drie raken van hem geïrriteerd en slaan hem neer. Ze pikken zelfs 200 gulden die de oude man bij zich had.

Eenmaal in het huis aangekomen probeert Mees Panda te versieren en het bed mee in te krijgen. Daarvoor moet Boelie natuurlijk weg en Mees verzint dus allerlei smoezen voor hem. Het blijkt even later dat Boelie een afspraak had met de journalist Ernst-Jan Zoon om te praten over het leven van een dichter (Boelie is namelijk dichter). Boelie vertrekt en een paar momenten later ligt Mees met Panda in bed. Na de seks vertelt Mees uitgebreid over jeugd en zijn leven als jazzpianist in slechte kroegen. Ondertussen wordt Boelie dus geïnterviewd door Ernst-Jan Zoon. De twee kennen elkaar al redelijk en na afloop van het interview, wat trouwens één groot fantasieverhaal is geworden, vertelt Ernst-Jan aan Boelie dat hij zijn vrouw Etta ervan verdenkt vreemd te gaan. Ernst-Jan vraagt Boelie de zaak te onderzoeken en Boelie besluit met Ernst-Jan mee te gaan. Bij Ernst-Jan’s huis aangekomen gaat Ernst-Jan naar een voetbalwedstrijd luisteren terwijl Boelie Etta, die zich in de tuin bevindt, gezelschap gaat houden. Na een tijd probeert Boelie Etta te versieren, maar dan stelt Etta voor om naar het huis van de buren te gaan, die op dat moment toch hun wekelijkse autotochtje houden. Boelie gaat mee en bijna gaan ze met elkaar naar bed. Plotseling komen echter de buren thuis en Boelie verzint een smoes en uiteindelijk komen ze er mee weg.

De grijsaard is inmiddels weer bij bewustzijn gekomen en merkt dat zijn geld weg is. Tjeerd Overbeek, die al een tijdje stond toe te kijken, stelt de grijsaard voor om er voor te zorgen dat hij zijn geld terugkrijgt. Daarvoor gaan ze naar Rosa Overbeek om advies. Rosa, Tjeerd’s tante, blijkt echter een oude klasgenoot van de grijsaard, die Kees heet, te zijn. Ze gaan dus oude herinneringen ophalen en Tjeerd merkt dat hij overbodig is geworden.

Mees en Panda besluiten om van de tweehonderd gulden van Kees een feest te geven. Ze gaan daarvoor naar Jens om drank in te slaan. ’s Avonds als het feest van Mees en Panda in volle gang is, komt Tjeerd aan de deur. Hij weet niet precies wat hij moet doen, maar dan komt een dronken feestganger die hem mee naar binnen sleurt. Binnen is er Etta die ruzie heeft met Ernst-Jan die daaropvolgend met Boelie naar een bed op zolder gaat. Panda die bij Jens in de auto zit om de drank af te leveren, heeft geen zin meer in het feest en vraagt Jens haar thuis te brengen. Op het feest ziet Mees een jongen met een paraplu uit het zolderraam springen en veilig landen. Op dat moment voelt Mees zich voor het eerst in zijn leven echt gelukkig.



Opdracht II

Krantenbericht
Reconstrueer de gebeurtenissen uit het verhaal tot een krantenbericht. Misschien moet je je beperken tot een deel van het verhaal. Denk na voor welke soort krant je het bericht schrijft en pas de inhoud en schrijfstijl daaraan aan. Houd dus goed je beoogde publiek in de gaten.



AMSTERDAM – Twee jongemannen en een jongedame opgepakt na gewelddadige beroving en ernstige overlast.
Afgelopen zondagmiddag werd Kees Bakels in elkaar geslagen, vervolgens bestolen en daarna bewusteloos gevonden door een buurtbewoner. De drie jongeren Mees S, Boelie M. en Panda B. hadden hem een halfuur daarvoor beroofd en daarna voor dood achtergelaten in het Vondelpark.

Kees Bakels was een rondje aan het wandelen in het park, toen hij de twee jongs ontmoette. “Ik zag ze in het cafeetje in het park zitten en dacht bij mezelf: ach, daar ga ik even een praatje mee maken. Dus ik ging bij hen zitten en we praatten wat over de jeugd van tegenwoordig en over het leven.” vertelt Kees ons. Hij had op dat moment nooit kunnen bedenken dat diezelfde jongens hem zo zouden toetakelen. “Toen kwam er een meisje bij en vertrokken ze met z'n drieën. Ik liep toevallig ook dezelfde kant uit, achter hen aan. Maar na een paar minuten draaiden ze zich opeens om, stormden op me af en begonnen op me in te slaan...” aldus Kees. Gelukkig was de oplettende buurtbewoner Tjeerd Overbeek in de buurt. Hij was getuige van de overval en heeft Kees overeind geholpen. Tijdens deze aanval liep hij verschillende verwondingen op; een hersenschudding, schaafplekken en blauw oog. Bovendien stalen de drie ook nog de 200 gulden die hij op dat moment bij zich droeg.

Aan het eind van de middag deed hij een melding van de beroving op het politiebureau. De politie kon echter niets voor Kees doen, omdat de daders hem onbekend waren.
Later op de avond kwamen er verschillende meldingen van ernstige overlast uit de Helmsersbuurt aan de rand van het Vondelpark.
Toen de politie er een kijkje kwam nemen,werd duidelijk dat Kees Bakels zijn 200 gulden nooit meer terug zou doen. Mees, Boelie en Panda hadden dit geld namelijk gebruikt om een groot feest te geven in hun huis en tuin. Dit feest liep echter erg uit de hand; zo erg dat er zelfs iemand uit het dakraam is gesprongen, wonder boven wonder ongedeerd.


Nadat de politie alle gasten had weggestuurd, werden de drie verdachten opgepakt en voor verhoor meegenomen naar het politiebureau. Ze bekenden alles en zullen komende week voor de rechter verschijnen.