dinsdag 15 december 2015

De Donkere Kamer van Damokles

Samenvatting
Henri Osewoudt verlaat zijn geboortedorp om bij zijn oom en tante te gaan wonen omdat zijn moeder zijn vader heeft vermoord. Hij groeit op in Amsterdam, heeft een relatie met zijn nicht en doet aan judo. Als hij achttien is geeft hij aan geen interesse te hebben in studie, hij trouwt met zijn nicht, Ria Nauta, en verhuist terug naar Voorschoten waar hij de sigarenzaak van zijn vader heropent. Zijn moeder komt bij Henri en Ria inwonen. De oorlog begint. Osewoudt wordt afgekeurd en hoeft dus niet het leger in, maar helpt wel bij de burgerwacht van Voorschoten.
Op een dag komt Dorbeck met wat andere soldaten de winkel binnen, Dorbeck laat een fotorolletje bij Osewoudt achter om te laten ontwikkelen. Als Dorbeck twee dagen later terugkomt zijn de foto’s nog niet klaar, maar heeft Nederland al gecapituleerd en wil Dorbeck dat Osewoudt hem een pak leent en zijn uniform en pistool begraaft. Osewoudt doet dit alles. Als Osewoudt de foto’s wil ontwikkelen mislukt dit, maar omdat hij zoiets niet aan Dorbeck wil vertellen koopt hij een Leica en maakt zelf foto’s van militaire objecten.
Hierna krijgt Osewoudt opnieuw een opdracht van Dorbeck. Hij moet naar Haarlem gaan en krijgt daar een pistool in zijn hand gedrukt waarmee hij samen met Dorbeck en Zewuster een moord pleegt. Osewoudt is bang dat de zoon van de drogist, die een NSB'er is, hen gezien heeft.
Osewoudt hoort een tijd lang niets van Dorbeck, maar ontvangt dan een brief of hij de foto's van het allereerste rolletje naar een bepaalde postbus wil sturen. Osewoudt wil een ontmoeting met Dorbeck en gaat dus naar de postbus toe om te zien wie de post ophaalt, het wordt opgehaald door een heilsoldate.
Vrij snel daarna wordt hij opgebeld door Elly Meier, zij zegt uit Engeland te komen en dringend op zoek te zijn naar een schuilplaats. Hij brengt haar naar zijn oom in Amsterdam. Hij hoort via via dat zijn moeder en Ria zijn opgepakt en kan nu zelf ook niet langer naar huis toe. Bij de Joodse studente Marianne, met wie hij een relatie begint, laat hij zijn haar zwart verven. Hij lijkt nu precies op Dorbeck.
Opnieuw volgt er een opdracht van Dorbeck. Dit keer gaat het om een hoge man van de Gestapo die uit de weggeruimd moet worden. Osewoudt werkt bij deze opdracht samen met een andere vrouw wanneer zij beiden terugreizen met de trein wordt de vrouw opgepakt. Osewoudt niet. Maar wanneer hij diezelfde avond met Marianne in de bioscoop zit ziet hij zijn eigen foto op het scherm verschijnen met als aankondiging dat hij opgepakt moet worden. Hij vlucht wel maar het duurt niet lang of hij wordt opgepakt. Hij wordt gemarteld en belandt in het ziekenhuis, maar wordt daaruit bevrijd. Hij duikt onder bij Labare waar hij in een volledig verduisterde kelder foto's ontwikkeld. Maar ook hier is hij niet veilig want wanneer de Duitsers het pand van Labare overvallen wordt Osewoudt toch opgepakt.
Tijdens deze tweede gevangenschap wordt Osewoudt beter behandeld, wat hij vooral te danken heeft aan de hooggeplaatste Ebernuss die een zwak voor Osewoudt lijkt te hebben. Ebernuss probeert zijn vertrouwen te winnen door Marianne, die Osewoudts kind draagt, vrij te laten. Toch twijfelt Ebernuss aan de verhalen die Osewoudt over Dorbeck vertelt en wil daarom Dorbeck ontmoeten. Samen met Osewoudt gaat hij naar een halfgeheim café waar inderdaad ook Dorbeck aanwezig is. Die laatste geeft hem kristallen om de wijn van Ebernuss mee te vergiftigen en wanneer dat gebeurd is, vluchten Osewoudt en Dorbeck in de auto van Ebernuss. Dorbeck vertelt Osewoudt dat Ria nu samenwoont met de zoon van de apotheker en dat Marianne aan het bevallen is. Osewoudt krijgt een verpleegstersuniform waardoor hij door zijn kleine gestalte en baardloze gezicht onherkenbaar is. Als Osewoudt bij de kraamkliniek aankomt en naar Marianne informeert, krijgt hij het levenloze lichaampje van hun kind te zien. Hij is erg van slag en een Duitse soldaat die wel wat vriendelijks wil doen voor de mooie vrouw waar hij Osewoudt voor aanziet neemt hem mee in zijn auto en brengt hem naar Voorschoten. Daar doodt Osewoudt Ria en nadat ze nog wat verder gereden zijn doodt hij ook de Duitser. Met behulp van een arts komt hij uiteindelijk in Breda, dat al bevrijd is. Daar meldt hij zich direct maar tot zijn grote verbazing, wordt hij gearresteerd. Hij wordt zelfs naar Groot-Brittannië gebracht en het lukt hem niet om te bewijzen dat hij geen verrader is. Dorbeck is de enige die hem vrij zou kunnen pleiten, maar die is onvindbaar. Osewoudt lijkt zijn verstand te verliezen en wanneer hij wegrent wordt hij neergeschoten. Hij overlijdt aan zijn verwondingen.

Bint

Samenvatting

De Bree is een leraar Nederlands, die vanaf november les gaat geven op de school van Bint. Hij werkt thuis aan een studie over Anna Maria van Schuurman, en gaat naar de school voor afleiding en om meer met de werkelijkheid in contact te komen.
De favoriete klas van Bint, 4D, had namelijk de vorige leraar Nederlands, Van Fleer, weggepest. Er heerst een streng regime of de school van Bint, orde en tucht zijn belangrijk. 
De Bree krijgt vier klassen die hij ziet als wezens. Hij noemt ze “de grauwe”, “de bruine”, “de bloemenklas” en “de hel”. 
Aan klas 4D, “de hel” verklaart De Bree direct de oorlog, om zo problemen te voorkomen. Met andere klassen heeft hij die niet. Zijn tactiek werkt inderdaad, want met de korte bevelen die hij geeft werkt de klas het beste. Tegen de kerstvakantie kwam de klas via woordvoerder Steijd vragen of hij vrede wilde, maar zijn antwoord was nee. 
Als de rapportvergadering plaatsvindt hebben de leraren het over Van Beek. De jongen verdient een onvoldoende, omdat hij niet genoeg presteert, maar hij had gedreigd dat als hij een slecht cijfer zou halen, hij zichzelf van kant zou maken. De leraren zijn niet onder de indruk en geven hem het slechte cijfer, waardoor Van Beek radeloos in de gracht springt en in een gasthuis aan pneumonie overlijdt. Bint voorspelt de leraren na de vakantie moeilijkheden omtrent Van Beek. 
Na de kerstvakantie breekt er inderdaad een opstand uit onder de leerlingen, aangezet door Jérôme Fléau en m.b.v. de conciërge. De opzet wordt neergeslagen door “de hel”. Dit had Bint namelijk met “de hel” afgesproken. De conciërge wordt ontslagen, Fléau van school verwijderd en “de hel” wordt beloond. 
Tijdens het jaarlijkse reisje dat met Pasen gemaakt wordt, is “de hel” verdeeld over Remigius en Nox. Het toeval zorgt er echter voor dat Remigius vervroegd vader wordt en dat De Bree mee gaat met een helft van “de hel”. Ze gaan via Bergen op zoom naar België en dan door naar Noord-Frankrijk. Tijdens de reis wordt Te Wigchel ziek, hij hoest de longen a.h.w. uit zijn lijf, en twee leerlingen Heiligenleven en Punselie verdwijnen een dag spoorloos. Ze hebben de originele route gefietst, die gepland stond, maar waar vanwege de hoest van Te Wigchel van afgeweken was. 
Er waren examens op school voor de 5e klassen. Tijdens de examenuitreiking wankelt Bint even (De Bree zag het opeens. Bint stond doodstil, hij schommelde even naar voren, naar achteren. Hij was een blad, overgevoelig voor de zwakke luchtstroom, die de mens ontgaat. Een stalen wil, maar geen stalen lijf. Pag. 66). 
De Bree weigert in eerste instantie een herbenoeming, omdat het de bedoeling was geweest om slechts dit schooljaar vol te maken. Later denkt hij nog eens terug over het afgelopen jaar en bedenkt zich dan. Hij stuurt een briefje naar Bint waarin hij meldt nog een jaar op zijn school vol te maken. Bij het begin van het nieuwe jaar is Bint verdwenen en staat Donkers op zijn plaats als directeur. Bints’ vertrek had te maken met de dood van Van Beek. Of de spanningen hem te veel zijn geworden, of de druk van een of andere arbeidsinspectie wordt niet geheel duidelijk. 
“De hel”, de voormalige 4D is nu 5C geworden. Door te zien wat voor een volwassen kerels (met uitzondering van Schattenkeinder, een lomp maar volwassen meisje) het waren geworden, doet De Bree zo goed dat hij met Bints’ systeem wil blijven werken. 
De Bree probeert tot twee maal toe Bint te spreken te krijgen, maar slaagt hier niet in. Dan wordt hem duidelijk dat Bint wil dat de school door moet gaan zoals het voorgaande jaren ging met zijn ziel in de school, en De Bree gaat met nog meer wilskracht dan anders al vroeg op weg naar school. 

Klucht van de Molenaar

Samenvatting

Trijn Jans, een vrouw uit te stad, zoekt een slaapplaats omdat de stadspoort gesloten is. Ze wil echter niet in een vieze herberg vol gespuis slapen dus ze besluit bij een huis aan te bellen. De molenaar Piet doet open en samen met zijn vrouw Aeltje besluit hij dat Trijntje mag overnachten. Als Aeltje dan even weggaat voor wat huishoudelijke klusjes maakt Piet een afspraakje met Trijntje om die avond, als zijn vrouw Aeltje al op bed ligt, een potje te gaan rollebollen bij de molen. Als Piet die avond naar de molen vertrekt besluit Trijntje alles aan Aeltje te vertellen. Hierop besluiten ze de kleding van elkaar aan te trekken. Zo gaat dus Trijntje in de kleding van Aeltje op bed liggen en Aeltje in de kleding van Trijntje naar de molen. Piet gaat bij de molen naar bed met zijn eigen vrouw terwijl hij dat niet door heeft. Als hij klaar is komt hij de knecht Joost tegen en vertelt zijn verhaal over de stoeipartij. Daardoor wordt Joost zo lekker gemaakt dat hij het niet meer kan houden. Piet geeft hem daarom toestemming om ook te gaan rollebollen met Trijntje (= Aeltje) Dan klinkt er van binnen allemaal geschreeuw van Aeltje over hoe erg haar man wel niet is. Piet stuurt Joost onmiddellijk weg en heeft zijn lesje geleerd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.’