vrijdag 31 oktober 2014

Leesopdracht Karel ende Elegast

Niet voor roem of glorie

Elegast was een alleraardigst man; welopgevoed, welgemanierd en welbespraakt. Hij werkte als CEO van een goedlopend bedrijf en verdiende daarmee bakken met geld. Nu zult u denken; deze welopgevoede, welgemanierde en welbespraakte Elegast heeft zijn zaakjes goed voor elkaar. Welnu, dat was inderdaad zo. Maar helaas kwam er op een dag een duistere waas over zijn leven.

Op een zonnige donderdag in mei werd onze Elegast, door een aantal nare roddels waar we voor de lieve vrede maar even niet op in zullen gaan, op staande voet ontslagen. Zijn naam was voor altijd besmet en hij kon, hoe hard hij het ook probeerde, nergens anders werk vinden.

Naar verloop van tijd raakte zijn geld op. Hij moest hij zijn bezittingen één voor één verkopen en voordat hij het wist, stond hij met lege handen op straat. Allerlei eerlijke manieren heeft Elegast geprobeerd om aan geld te komen, maar helaas tevergeefs. Uiteindelijk zag hij zich noodgedwongen zichzelf te onderhouden door te gaan stelen.

Hij gebruikte onder andere, het tegenwoordig steeds vaker voorkomende, catfishing. Hierbij begon onze Elegast een internetrelatie en nadat hij het vertrouwen had gewonnen met behulp van wat complimenten en gladde praatjes, maakte hij zijn slachtoffers op sluwe manier geld afhandig. Een andere manier waar hij zijn brood mee verdiende, was de volgende: hij stuurde e-mails naar mensen waarin hij zich voordeed als hun bank. Hij deed alsof het een standaard procedure was en vroeg hen om al hun bankgegevens. Hiermee kon Elegast, de sluwe vos, vervolgens hun gehele rekening leegplukken!

Maar nu moet u niet denken dat Elegast een slecht persoon is. Het zit namelijk zo: in de tijd dat hij zijn bezittingen verloor en op straat kwam te staan, kwam Elegast in contact met verscheidene mensen. Hij leerde van hen veel dingen over hoe het er in de maatschappij aan toe ging. Het was allemaal niet zo rooskleurig als hij het had gezien vanuit door zijn rijkeluisbril. De armere bevolking werd ongelofelijk veel onrecht aangedaan. Om deze reden heeft hij dan ook nooit een cent van iemand gestolen die het niet missen kon. Alleen de rijke en slechte mensen werden door Elegast gekweld. Zijn buit hield hij dan ook niet voor zichzelf, hij deelde het met zijn lotgenoten.

Bedankt dat u mee wilde kijken in het leven van onze Elegast. Ik hoop dat wij hier allen een les uit mogen leren, en zo niet, dan weet u nu twee nieuwe manieren om uw inkomen te genereren.




vrijdag 10 oktober 2014

Leesopdracht 8, Verwerkingsopdracht bij Woesten

Geneeskunde in de Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog was een loopgravenoorlog. Bij deze manier van oorlog voeren hebben de soldaten van beide partijen zich tegenover elkaar ingegraven in diepe greppels. Beide zijn zowel aanvaller als verdediger. Steeds werden er maar kleine stukken land ingenomen en weer prijsgegeven. Tijdens de oorlog zijn er een extreem veel soldaten gedood en verminkt in deze loopgraven.

Omstandigheden

Zoals je je wel kunt voorstellen, waren de omstandigheden in de loopgraven bar slecht. Het krioelde er van het ongedierte, er was geen goede beschutting tegen weersomstandigheden en de herrie en stank waren ondraaglijk. Door deze slechte omstandigheden waren er ook veel ziektes onder de soldaten. Behalve de in overzorgde situaties bekende ziektes, zoals tuberculose, cholera en schurft, waren er in de loopgraven ook nog andere onbekendere ziekten.


Verwondingen
Soldaten in een loopgraaf

Maar wat nog het meest gevreesd werd waren de kogels, gifgas en granaten. Met name de granaten gevuld met shrapnel: dit vloog net als de granaatsplinters na ontploffing over het slagveld en mismaakte alles en iedereen dat het tegenkwam. Als de soldaten die waren geraakt het al overleefden, waren zij voor altijd gruwelijk verminkt. Bij degenen die het niet overleefden, liet de dood vaak lang op zich wachten. De verwondingen waren massaal. Van de meer dan zes miljoen geüniformeerde Britse soldaten, bijvoorbeeld, raakte vierenveertig procent gewond en overleed twaalf procent. Dit is bij elkaar bijna drieënhalf miljoen Britse soldaten.


Hulpverlening

Door het grote aantal gewonden en ziektes moesten er in zeer korte tijd heel veel artsen en verpleegkundigen opgeleid worden om hulp te verlenen aan het front. Hierdoor waren veel hulpverleners eigenlijk niet kundig genoeg: veel artsen kregen te maken met zaken die ze nog nooit behandeld of zelfs nog nooit van gehoord hadden.

Toch werd tijdens de Eerste Wereldoorlog de medische zorg sterk uitgebreid. Dit moest ook wel, want door het grote aantal gewonden en relatief kleine aantal artsen was het genoodzaakt om snellere genezingstechnieken te ontwikkelen. Er werd dan ook heel veel geexperimenteerd. Helaas hadden deze experimenten niet altijd een gunstige uitkomst. Veel soldaten die plastische chirurgie ondergingen tijdens de oorlog kwamen er niet veel beter uit dan ze erin gingen. Ook werden botten vaak verkeerd gezet, waardoor ze opnieuw moesten worden gebroken.


De Eerste Wereldoorlog was verschrikkelijk. Een ongelofelijk groot doden- en gewondenaantal. Er ontstonden ernstige ziektes en soldaten raakten vreselijk mismaakt. Toch werd de geneeskunde sterk uitgebreid, vooral door zelfbedachte experimenten van artsen. Is oorlog goed voor de geneeskunde?

vrijdag 13 juni 2014

Leesopdracht 4: leesgroep. Sonny Boy

Sonny Boy

Wij hebben voor het boek Sonny Boy gekozen, omdat het boek ons heel erg aansprak. Wij hadden al veel positieve recensies over het boek gehoord. Ook hadden we goede verhalen gehoord over de verfilming van dit boek.

Wij waren erg nieuwsgierig naar de manier waarop de schrijfster een verhaal over de Tweede Wereldoorlog zou verbeelden. Of het dan echt alleen maar zou gaan over de oorlog en hoe zij hebben gestreden tegen de Duitsers, of dat ze een andere kant van het verhaal zou laten zien. Zij heeft voor het laatste gekozen en daarom was het boek erg verfrissend om te lezen. Zo kwamen er allerlei interessante zaken aan bod. Hoe het was in tijden van racisme en oorlog, wat de normen en waarden destijds waren en hoe de strafkampen in elkaar staken. Wij hadden er natuurlijk wel wat over gehoord, maar dit boek laat je het zien vanuit een ander perspectief. De schrijfstijl was prettig om te lezen, er stonden echter een aantal wat moeilijkere woorden in, maar het verhaal was goed te begrijpen.

Rika Hagenaar-van der Lans kreeg uit haar eerste huwelijk met Willem Hagenaar vier kinderen. Bertha, met wie ze het meeste contact behield, en Henk, Jan en Wim, die niets met hun moeder meer te maken wou hebben. Rika blijft het hele boek uiterst zorgzaam voor al haar kinderen. Rika kan ook best rebels zijn, ze deinst voor niets en niemand terug en ze durft een relatie aan te gaan met Waldemar, met wie ze later trouwt. Hij was een man uit Suriname, wat voor die tijd heel ongewoon was.


Waldemar Nods komt uit een rijk Surinaams gezin. Hij is naar Nederland gekomen om een opleiding te volgen. Later kreeg hij een relatie met Rika, een vrouw die ouder is dan hij. Waldemar wordt in Nederland niet geaccepteerd door zijn afkomst en heeft hier moeite mee. Waldemar is een heel nette en sympathieke man.

Waldy, vernoemd naar zijn vader, is het zoontje van Waldemar en Rika. Zijn bijnaam is Sonny Boy, vernoemd naar een bekend liedje uit die tijd. Waldy is een jongetje dat bij iedereen geliefd is, ondanks zijn huidskleur. Ook is hij erg avontuurlijk en heeft het niet altijd makkelijk.

Het boek begint in de eerste jaren van de twintigste eeuw en eindigt ruim 60 jaar later, het verhaal speelt zich voor een gedeelte af in de Tweede Wereldoorlog en in verschillende plaatsen: in Nederland, Duitsland, zelfs nog Paramaribo, de boot waarmee Waldemar reist.

Er is sprake van versnelling in dit verhaal, de verteltijd is kleiner dan de vertelde tijd. Het boek heeft een auctoriale vertelinstantie en het is niet in een chronologische tijdsvolgorde. Dit boek is literaire non-fictie met de thema liefde in de oorlog. Het boek ging voor een groot gedeelte over de liefde tussen Waldemar en Rika. Het boek is dan ook genoemd naar hun zoon Waldy en dan zijn bijnaam Sonny Boy.

Een motief van dit boek is zwart en wit. Het racisme komt steeds weer terug en hoe mensen handelen in oorlog (goed/fout). Een ander motief van dit boek is water, je komt dit overal tegen: vroeger zwom Waldemar veel, hij woonde aan het Scheveningse strand en toen hij op een schip zat die onderging, moest hij zwemmen naar het strand.


Het proces van onze discussie ging heel goed. We waren eigenlijk heel eensgezind en er waren geen felle discussies opgelaaid. Van deze opdracht heb ik geleerd om heel kritisch naar een boek te kijken. Je gaat echt letten op alle kenmerken en details, zoals schrijfstijl, motieven en vertelinstanties. Ons boek had leesniveau 3, ik kon hier over het algemeen goed mee overweg, maar kwam ik er niet zo goed doorheen. Dit kwam waarschijnlijk door de vele feitjes en personen die in dit boek voorkwamen. Voor mijn volgende boek wil ik wel proberen of ik een boek van leesniveau 4 ook aankan. Tommy Wieringa lijkt mij een heel interessante schrijver.

vrijdag 21 februari 2014

Leesopdracht 3: Why I love this book. Het gouden Ei




Why I love this book

Het Gouden Ei

Ik heb het bekende boek van Tim Krabbé, Het Gouden Ei, gelezen. In het filmpje dat ik over dit boek heb gemaakt, zijn de volgende punten verwerkt.

De manier waarop hij de personages heeft beschreven, de grote rol die het lot speelt, welke onverwachte dingen er gebeuren en hoe hij buitensporige karakters heeft gevormd. Ik vond het een heel gaaf boek. Uiteraard bevat het boek nog veel meer kenmerken van een bestseller, maar als ik deze allemaal had moeten uitwerken was het filmpje één uur lang geworden in plaats van één minuut.




Leesopdracht 2c: Ik was nooit in Isfahaan

`Ik was nooit in Isfahaan` Tommy Wieringa
Verwerkingsopdracht 5: beeldende opdracht

We hebben ervoor gekozen om een beeldend werk te maken bij het verhaal "een oorlog". Ten eerste is het een heel leuk verhaal en ten tweede is het heel beeldend geschreven en kun je je er goed een voorstelling van maken hoe het eruit zou zien.

De uitwerking

We hebben één foto gemaakt, waarin we het hele verhaal hebben proberen vast te leggen. Dit was nog een vrij lastige opdracht, omdat er dan heel veel gebeurd in één foto. En ook omdat je goed op alle details moet letten. 
Als eerste hebben we het verhaal geanalyseerd. We lazen het grondig en letten goed op de details. Vervolgens hebben we attributen bij elkaar gezocht die we konden gebruiken. 
Later bouwden we het kleine restaurantje gedeeltelijk na. Dat kwam er zo uit te zien.

Voor                                                                                      Na

De personages 
Fleur Meulmeester: de man
Katja Persoons: de vrouw
Bowen Gong: de kok
Anna-Wil Blokland: de ober



De foto
Dit is de uiteindelijke foto geworden:


Het enige nadeel was, dat de details, zoals de verbrande lasagne en de baarden van de heren, niet heel goed zichtbaar zijn. Maar we vonden het erg leuk om te doen en het was ook goed voor onze leeservaring om in een verhaal zo goed op de details te letten. 

Eind goed, al goed! :)